­

Blog

Gelukkig gaf ze het aan. Ik sprong op, ‘aha, nu hebben we je’, dacht ik. Ik pakte een kruk van mijn stapel krukken die ik altijd
klaar heb staan in mijn studio en zei ‘geef hem maar een plek’. Ze plaatste de kruk precies achter haar en ik gaf hem het woord.
‘Het klinkt nergens naar, ze kan beter direct ophouden met zingen, ze bakt er niets van.’ 
Ik herhaalde zijn woorden, ‘Oké, Harry, geef me een voorbeeld, wat vond je slecht gaan?’ ‘Alles, alles is slecht, en dan vergeleken
met Karin, dat klinkt mooi. Julia kan maar beter helemaal stoppen met zingen, het wordt toch nooit wat met haar.’

‘Harry, geef me een voorbeeld, waar vond je het lelijk, waar ging het niet goed, ik wil voorbeelden, heb je een tip hoe het wel beter kan?’
Ik bleef aandringen dat hij met voorbeelden moest komen maar Harry wist niets beters te zeggen dan ‘alles is slecht’ en ‘het wordt
toch niks’. Ik sprak hem daarop aan, ‘je bent ongenuanceerd, heb je wel goed geluisterd, ik heb heel veel mooie dingen gehoord’,
en toen viel hij stil. Harry kon geen specifieke voorbeelden geven en had ook geen aanwijzing waar Julia eventueel mee verder kon.
Met mijn handen in mijn zij had ik hem de mond gesnoerd, ik zei dat hij maar beter kon gaan.

Het klinkt eenvoudig maar dit uitspelen was heel belangrijk, Julia merkte dat Harry eigenlijk een partij stond te blaten met zijn alles
of niets, zonder behulpzaam te zijn. In dit geval deed ik het voor hoe Julia Harry een weerwoord kon geven en hem daarmee tot
zwijgen kon brengen. Ze keerde de kruk resoluut om en we konden verder zingen.

Julia en ik werken al een poosje samen. Haar interne criticus doet haar ook in het dagelijks leven vaak de das om, regelmatig
sneert hij dat zij de dingen niet goed doet, dat zij niet goed genoeg is. Met deze criticus, hijgend in haar nek, is het voor Julia
moeilijk om van het leven te genieten.
Afgelopen periode hebben we eraan gewerkt om de criticus buiten haarzelf te plaatsen, zodat ze voelt dat niet zíj́ het is, maar
dat het slechts een deel van haar is. Dat hebben we gedaan door hem letterlijk een eigen kruk te geven en door hem een naam te geven.
Een criticus opmerken vraagt oefening, hem daarna van jezelf te differentiëren ook want een criticus laat zich niet snel wegzetten.

De criticus heeft een heilige taak op zich genomen, namelijk om jou te beschermen, hij wil voorkomen dat je gekwetst wordt.
En de zangles is zo’n kwetsbare plek want daar geef jezelf bloot en loop je de kans kritiek te krijgen op iets wat je (nog) niet kan.
Feedback van de docent kan geïnterpreteerd worden als ‘ik doe het niet goed’ en wordt dan snel ‘ik bén niet goed’.
De innerlijke criticus doet daar graag nog een schepje bovenop: ‘je bakt er ook niks van, hou er maar mee op!’
Toen de kruk van Harry was omgedraaid vertelde ik dat ik gedurende de les enthousiast was geworden, het ging heel lekker,
ze pikte de aanwijzingen goed op, dat hoorden we allebei terug in de klank, en dat ik van daaruit nog genuanceerder was gaan werken.
Dat deze feedback, kritiek dus juist iets positief was. En met Harry omgedraaid kon Julia dat weer horen.

De criticus heeft altijd ergens wel een punt, een valse noot, te weinig adem, daarom zijn we er ook gevoelig voor.
Hoe maak je nu onderscheid tussen een ‘vernietigende’ criticus en een criticus die je positief kan stimuleren? 
De omschrijving zegt het al, de eerste is vaak destructief en meedogenloos, alles of niets, de tweede heeft genuanceerde
en opbouwende kritiek en helpt je om je verder te ontwikkelen.
Je voelt het ook in je lichaam, bij de eerste spant je lichaam zich samen, je middenrif, je keel, en lukt niets meer, bij de tweede
voelt het misschien wat kwetsbaar maar veel meer ontspannen. Zo kan je al verder zingend aanwijzingen uitproberen.

Een meedogenloze criticus zorgt ervoor dat jij of het bijltje erbij neergooit of dat je doorzingt tot de rafels aan je stembanden
hangen, een opbouwende criticus zorgt ervoor dat je met plezier blijft zingen, dat je adem blijft stromen en jij ondertussen het mooiste
uit je zangstem haalt.

Heb een fijne zangdag!

­